21 augustus 1968: de USSR en de onderhorige staten vallen Tsjechoslowakije binnen. Drie dagen later zou ik op reis gaan in Rusland. Mijn eerste impuls was: ik ga niet. Maar ik gaf toe aan de tweede impuls. Wat ook meteen betekende dat de berichtgeving moest komen van de bladen in een leesbare taal. Het was al snel duidelijk dat Moskou Gustav Husak als zetbaas zou instellen. En opmerkelijk: ik stond op het Rode Plein en in een noodgang reed een auto langs mij en uit het raampje keek Brezjnjew naar mij. Een onvergetelijke seconde. Waarheen hij op weg was?
De berichtgeving deed alsof Alexander , partijsecretaris van de Tsjechoslowaakse communistische partij, had ingestemd met de Broederlijke Hulp die de Warschaupactlegers waren komen brengen. En zo zag ik in een van die blaadjes een foto van twee langharige jonge mannen. Het was duidelijk te zien dat zij de naam “” aan het kalken waren op een muur, maar het onderschrift was dat deze langharige apen uit teleurstelling dat hun held had ingestemd met de bezetting zijn naam aan het wegwissen waren. Hoe mal moest je zijn om het te geloven?
Dat brengt mij op een vraag waar ik vijftig jaar later nog mee zit, maar die nu in een ander licht wordt gesteld. Waarom zou je als juist kortharige studente en langharige student oproepen te stemmen op de enige partij die het goed voorhad met de werkende bevolking? Ik vond het toen al mal, en was ook nog eens diep teleurgesteld de naam aan te treffen van iemand op wie ik verliefd was. Wat stelde zij zich er bij voor? Als dank voor de traangasinzet en het meppen van de mobiele eenheid in de Nieuwmarktbuurt kreeg de CPN in 1977 maar liefst twee (2) zetels. Die studentenoproepen hadden de Werkende Bevolking niet geïmponeerd.
Maar waarom oproepen te stemmen op een partij die duidelijk iets had aan alleen al je voorkomen? En nu kan ik dan denken aan Queers 4 Palestine. De inbeelding lekker radicaal te zijn zonder dat je slachtoffer zult worden van de Nobele Zaak die je zegt te dienen.
Goed, deze gedachten ter inleidingvan een zangeres met een liedje dat nog net voor de Normalisatie – de gelijkschakeling van Tsjechoslowakije – uitkwam in 1969. Op de foto onderaan staat ze rechts, als lid van een groepje dat nog aan de orde zal komen. Geef toe, ze had net zo goed uit Londen kunnen komen. Dat beviel Moskou uiteraard helemaal niet.
Magdalena, Marta Kubišová
Lang na de normalisatie wilde zij zangeres worden bij de Plastic People of the Universe. De partij vond dat niet goed, wat een verrassing.
Wordt vervolgd.
– Uitgelichte afbeelding: By Joost Evers / Anefo – Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=35539299
