De Nederlandse anarchosyndicalist, maatschappijcriticus en vermaarde Bakoenin-kenner, Arthur Lehning, heb ik ooit, een aantal jaren voor zijn overlijden, in een televisie-interview horen zeggen, dat hij overtuigd was van de juistheid van zijn denkbeelden. De consequentie die hij daaruit trok is intrigerend: daarom is het ook niet nodig die denkbeelden te herzien.
De denkbeelden waarom het gaat, zijn gevormd in de jaren 1920-1930 en behelzen politico-economisch voor Lehning het revolutionair syndicalisme, ook wel het anarchosyndicalisme genoemd. Die denkbeelden vertonen een breed verband. Men hoeft maar te denken aan Lehning’s grote culturele interesse, in de kunst, de architectuur, de literatuur. In de genoemde jaren brengt Lehning dan ook in die sfeer een tijdschrift uit, getiteld i 10 (1927-1929). Een derde van wat daarin verscheen, werd in 1963 door Arthur Lehning en Jurriaan Schrofer in herdruk uitgegeven in de bundel ‘De internationale avant-garde tussen de twee wereldoorlogen i 10’.
In de inleiding bij de bundel beschrijft Lehning het ontstaan van i 10. Het begint bij ‘de grandioze renaissance van de Europese beeldende kunst omstreeks 1914, wat samenvalt met het demasqué van de Europese burgerlijke beschaving. Zij was er ook de uitdrukking van en de revolte er tegen’. Dada was niet zomaar maar een grap van psychisch ontregelde kunstenaars, schrijft hij, ‘maar onder meer een reactie op een krankzinnig geworden wereld’. En nu komt de constatering, in 1963, waar het mij om te doen is: ‘Er is intussen niets veranderd’. ‘Nu als toen is veel van de kunst de uitdrukking van de neurose van een tijdperk. Na een tweede wereldoorlog is de status quo hersteld, het barbarisme van het nazifascisme wordt graag vergeten (..) en men wil liever de Epiloog (van Bracht’s ‘Arturo Ul’) niet horen: ‘De schoot is vruchtbaar nog waaruit het kroop’. En dan volgt, in 1963, een beschrijving die anno 2026 geschreven had kunnen zijn:
Nu als toen: dezelfde kerken, dezelfde politici, dezelfde technocraten, wier formules allemaal kloppen, terwijl de explosie niet uitblijft. De Jules Verne-achtige ontwikkeling van de techniek met zijn straaljagers, geprefabriceerde huizen, technische apparaten in de keuken, of in de ruimte op weg naar Venus en de maan, (..) dit alles heeft niets veranderd aan het denken of aan het leven van de mens, en niets veranderd aan de samenleving, die nog steeds geconditioneerd is door dezelfde archaïsche economische, politieke en geestelijke verhoudingen. (..) Niet te stuiten is blijkbaar het proces van vergiftiging van de mens zijn natuurlijke omgeving, van de lucht, het water, het voedsel.
De wereld is niet veranderd, daarom vond Arthur Lehning het ook niet nodig om zijn denkbeelden over een andere samenleving en hoe die te bereiken, te herzien.
Dit is niet zomaar een halsstarrige houding, het is een doordachte standvastigheid. Lehning heeft dit in de loop van de tijd met historische voorbeelden uitgebreid onderbouwd. Het voert te ver dat hier nader uit te werken. Ik wil tot slot namelijk koppelen aan wat ik bij een historica van het anarchisme aantrof. Het gaat om het volgende: Activisten hoeven niet te winnen om hun doelen te bereiken (Sophie Scott-Brouwn) .
[Overgenomen van de site van de Universiteit van St Andrews (UK) waar Sophie Scott-Brown docente is; vertaling door thh.]Om in de politiek iets gedaan te krijgen, moeten activisten – zo lijkt het – eerst de macht verwerven: hetzij door een politieke partij naar regeringsdeelname te leiden, hetzij door massale protesten te organiseren die van buitenaf verandering afdwingen. Maar dwingt het streven naar macht ons er niet, in een steeds complexere en meer verdeelde samenleving, toe om juist die principes op te geven, die ons het dierbaarst zijn? In een interview* betoogt Sophie Scott-Brown, historica gespecialiseerd in anarchisme, dat de ongeorganiseerde werkwijzen van activistische randgroeperingen verrassend effectief zijn bij het bewerkstelligen van politieke verandering. Aan de hand van de geschiedenis van de ‘radicale’ jaren vijftig stelt zij dat kleinschalige grassroots-bewegingen weliswaar nooit politieke strijd op de korte termijn zullen winnen, maar desalniettemin werkelijk revolutionair kunnen zijn.
Thom Holterman (nieuw blog ‘Libertair Tegenwicht in aanbouw)
* Voor het interview zie hier
