De schrijver is ene Laurens van Aggelen van White Elephant Publishing uit Arnhem en die heeft de verzinsels van de inmiddels 99-jarige Willem Wilbrink – ook uit Arnhem – met huid en haar geslikt zonder één letter te checken. Wilbrink verkocht zichzelf sinds ongeveer 1995 als één van de laatste Nederlandse overlevenden van het nazi-concentratiekamp Dachau.
Dat stamt overigens uit 1933 en was het eerste, bedoeld voor politieke tegenstanders – je kon er wel vaak levend uit komen. Van de 200.000 gevangenen daar overleefde driekwart – zeker wat magertjes bij terugkomst (mijn achteroom Christiaan haalde het helaas niet). Er is ook een zeer lieflijk gelegen crematorium, dat niets uitstraalt van de horror van Auschwitz. Er vlak naast staat nu een prachtig houten kerkje van de Russisch orthodoxen, ontdekte ik bij mijn bezoek van een week in 2018.
Wilbrink claimt onder meer dat hij als tiener tientallen gevangenen van de dood heeft gered. O.m. Hans Vogelzang, schreef in het Historisch Nieuwsblad dat er geen enkel historisch bewijs bestaat voor Wilbrinks gevangenschap. Zijn naam ontbreekt op de nauwkeurige naamlijsten van Dachau en hij beschikt niet over een kampnummer. Andere Dachau-overlevenden kennen hem en zijn verhalen evenmin. Van hen kwamen er in Nederland enkele honderden terug. Tweeduizend Nederlanders stierven er, zoals Titus Brandsma die er in juli1942 al werd vermoord. Bijzonder aan hem was wel dat hij nooit iets van haat tegen de bewakers toonde.
