Aldous Huxley – Het tijdperk van de oligarchen

Aldous Huxley (1894-1963) is een Brits-Amerikaans schrijver die vooral bekendheid verwierf met de dystopische roman Brave New World (1932), waarin hij een technisch georganiseerde toekomstwereld schetst en waarin zelfs de meest intieme onderlinge verhoudingen gecontroleerd worden. In een onlangs herontdekt lang essay uit 1946, getiteld Science, liberty and peace, schetst hij een toekomstbeeld dat voor ons nóg herkenbaarder is. Johny Lenaerts merkte op dat dit essay onder de titel Zeit der Oligarchen op dit moment in Duitsland een ware bestseller is. Dit moest onder onze aandacht komen en ik ben het met hem eens. Huxley meets Orwell. [ThH]

Met een opmerkelijke scherpzinnigheid vormde Aldous Huxley zich in 1946 een concreet beeld van onze hedendaagse tijd. Door technologische vooruitgang wordt de politieke macht geconcentreerd in handen van een kleine minderheid. Nationalisme en geopolitieke machtsspelen nemen toe, terwijl democratie en solidariteit aangetast worden. Stilistisch briljant beschrijft Aldous Huxley het komende tijdperk van een tech-oligarchie – een wereld waarin ‘boy gangsters’ in de regeringen zetelen en het recht van de sterksten de vrijheid van iedereen bedreigt.

Huxley toont aan hoe de toegepaste  wetenschappen bijgedragen hebben aan de centralisering van de macht in handen van een kleine minderheid  en hoe men deze ontwikkelingen dient tegemoet te treden en ze misschien zelfs kan omkeren.

De onophoudelijke vooruitgang van de wetenschap  en techniek heeft het heersende geestelijke klimaat diep beïnvloed. De grondslagen van het denken werden verschoven, en wat onze ouders als vanzelfsprekend waar en belangrijk leek, verschijnt voor ons als vals of irrelevant.

In een wereld waarin het nationalisme als iets vanzelfsprekends geldt en de waarden van het nationalisme boven alles gesteld worden, is het enkel natuurlijk dat deze resultaten toegepast worden om oorlogsmachines te produceren en permanent verder te ontwikkelen. Vermits de wetenschappers, uitvinders en ingenieurs ervoor betaald worden, werken ze mee aan de opbouw van een gecentraliseerde industrie. En vermits ze het als nationalisten als hun plicht beschouwen, werken ze mee aan de bouw van technische wonderwerken, zoals het meest gesofisticeerde wapentuig.

Krachtige wapens bezitten is voor de bezitter een permanente verleiding om naar geweld te grijpen, zo waarschuwt Huxley. Wanneer de voorbereiding van de oorlog met alle middelen van de recentste wetenschap en techniek bedreven wordt, dan groeit de verleiding van de agressie, om legitieme belangen te verdedigen of  de roeping van het land te verwerkelijken, tot in het beslissende moment waarin ten strijde getrokken wordt.

In het slothoofdstuk behandelt Aldous Huxley drie sporen waarin wetenschappers zich aktief tegen de oorlog kunnen inzetten. Als uitweg uit de ongunstige politieke situatie stelt Huxley zijn hoop in  burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals dat door Thoreau uitgewerkt en door Gandhi toegepast werd.

Als Aldous Huxley in de jaren vijftig zijn roman ‘Brave New World’ uit 1932 opnieuw ter hand neemt, valt hem een ernstige fout in het verhaal op: ‘Aan de Wilde worden slechts twee alternatieven geboden, een waanzinnig leven in een beangstigend Utopia, of het leven van een primitief mens in een Indisch dorp, een leven dat in sommige opzichten menselijker is, maar in andere opzichten nauwelijks minder vreemd en abnormaal… Als ik het boek nu moest herschrijven zou ik de Wilde een derde alternatief bieden. Bij zijn bijzonder moeilijke keuze zou tussen de beide uitersten van utopie en primitiviteit de mogelijkheid van normaliteit liggen – een mogelijkheid die, tot op zekere hoogte, al verwezenlijkt is in een gemeenschap van ballingen en refugiés van de Heerlijke Nieuwe Wereld, die binnen de grenzen van het reservaat leven. In deze gemeenschap zou een gedecentraliseerde economie heersen volgens de wetten van Henry George, en een coöperatieve politiek naar het systeem van Kropotkin.’

De Libertaire Orde waar Huxley van droomde is nog verder dan ooit van ons verwijderd. We zijn inmiddels het tijdperk van de oligarchen binnengetreden.

* Aldous Huxley, ‘Zeit der Oligarchen’, München: Carl Hanser Verlag, 2025.

* Simon Leys, ‘Orwell en de verschrikkingen van de politiek’, Utrecht: Kelderuitgeverij, 2024.

– door Johny Lenaerts, eerder verschenen bij Libertaire Orde

– Uitgelichte afbeelding: Door John Collier (1850-1934). – The Graphic (British newspaper). 7 May, 1927. p. 228., Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=63165737