Dit is de grafrede voor het socialisme van de PvdA, bij een dertig – of beter: veertig jaar uitgestelde begrafenis.
Wie zei daar Wim Kok? Ga je mond spoelen met pure chloor! Onmiddellijk!
Maar goed: who – me, mazzelaar? Welnee joh, ik heb alleen maar een beetje geluk gehad… Ja, dat ik nou toevallig in Woerden was op de bijeenkomst waar toen officieel het Nederlands Katholiek Vakverbond fuseerde met het Nederlands Verbond van Vakverenigingen… in januari 1976. En dat werd toen FNV met nu nog steeds ongeveer één miljoen leden. Net als de ANWB.
Ik moest erheen van mijn baas, de secretaris van de Voedingsbond NVV met die curieuze voorzitter, Cees Schelling – ooit een echte landarbeider. Landarbeider!?! Wist ik veel – ik ging pas vijf jaar later als landarbeider – druivenplukker – in Zuid-Frankrijk werken. Leuk? Hoezo?? Ik spreek je rug op de tweede dag wel… Maar tegen Cees mocht je gewoon Cees zeggen.
In ieder geval werkte ik in ’76 bij de Voedingsbond als eindredacteur van hun blad. Helaas heb ik er niet één exemplaar meer van. Maar de Voedingsbond NVV daar in Utrecht was socialistisch en dat gaf een directe connectie met de laatste zuil: de PvdA. Die nu opeens eindelijk niet meer bestaat, nadat al die andere zuilen ook jaren verdwenen zijn of zo verdund dat je er geen last meer van hebt.
Ik kwam uit de katholieke zuil en ben toevallig afgelopen zaterdag in de katholieke kerk geweest waar ik mijn jeugd zeker 4 of 5 uur per week doorbracht (wekelijks verplicht biechten meegeteld), waar mijn oom 40 jaar organist is geweest en telmeester van alle drie de zondagse collectes, en zijn vrouw even lang wasvrouw en naaister van de misgewaden.
Mijn vader werd daar bekeerd als ex-protestant zodat hij met mijn moeder kon trouwen – in die kerk (hij werd daarna zelfs hopman van de katholieke verkenners in die parochie, de Franciscusgroep – in korte broek dus. Nou vráág ik je.). Daar in die Mariakerk werd tot mijn verbazing afgelopen zaterdag de Matthäus Passion uitgevoerd, niet eens zo slecht en waar ik ademloos naar luisterde en er echt van genoot (helaas diep geïrriteerd door het uiterst banale applaus na afloop, geheel tegen alle tradities in).
Ik ontmoette daar nog even plaats- en zuilgenoot en voormalig Journaal-collega Hans Hillen, die nu 78 is en als minister van Defensie na de Koude Oorlogsjaren de grootste bezuinigingen ooit voor die tent mocht doorvoeren. We maakten wat grappen en ik vertelde hem over pastoor Bremer, Hans had hem ook gekend. Eerwaarde Bremer was een pastoor met twee kapelaans wiens gezag in 1959 onaantastbaar leek – en die mij in de kerk betrapte op het gooien van een knielkussentje naar de meisjes – net als alle andere jongens – die hij toevallig niet zag. Maar ja: ik ben de mazzelaar hè…
ERUIT!
En mij toen meteen de kerk uit knikkerde… Dat was tijdens een godsdienstles in die kerk met de meisjes links en wij jongens rechts van het gangpad – zoals het hoort voor aparte jongens- en meisjesscholen. Wij op van Josephschool (let u wel op de spelling, ja?) en zij op van Mariaschool, allebei op RK grond rond de kerk. Uiteraard. Als echte zuil-ingen gingen wij overigens niet om met A.) protestanten (die waren het ergst!) en B.) socialisten – die kenden we als kinderen niet eens. Echt: nul – zero!
We kochten dus ons eten bij katholieke winkels, spullen verder bij het katholieke V&D of idem C&A (die C&A-familie woonde trouwens allemaal ook in het rijke Hilversum van toen, net als veel Vrooms en Dreesmannen, en hoorden… bij dezelfde parochie! Die zaten gewoon op de meisjesschool!).
Pas nu zie ik dat er dus een vierde zuil bestond, nl. de Rijken, en nog een vijfde, nl. de Arrebeiders. Daar kende ik er niet één van, NUL, en mijn moeder had mij overigens verboden om vriendjes te worden met jongens uit de arbeidersbuurt over-het-spoor. Daar keek zij onverholen op neer.
Wij woonden op 500 m van de kerk in de laan waar nu het omroepcomplex aan ligt. Met zijn vijven bewoonden we een halve villa met zes kamers, waarvan één verhuurd aan juffrouw Bonnet. In de winter gebruikten wij de zitkamer vóór niet, vanwege de kou. Vanaf dat adres emigreerden we in 1956 naar Californië – per schip, het SS Noordam en trein, de Sante Fe Railroad – Chicago to LA. Op dat schip ging ook onze grote kist met meubelen mee – een prettig idee dat bij een scheepsramp onze familie en geschiedenis in één grote klap keurig voorgoed zou zijn verdwenen.
Hoho, zo komen we er niet! Terug naar de socialisten!
Zo kon het gebeuren dat ik als katholieke zuilbewoner opeens bij het einde der tijden in Woerden was aanbeland – want daar was in 1976 het hoofdkantoor van het NVV – dat opeens FNV ging heten. Een vergaderzaal met oplopende zetelrijen als een theaterzaal. Toen ontging me een beetje het belang van dit moment. Nu snap ik het wel.
Ik heb wel wat baantjes gehad waar je officieel ‘arbeiders’ kon ontmoeten – als je er oog voor had. Dat had ik zeker niet toen ik als 17-jarige bij de NS op station Leiden Centraal ging werken als perronassistent – bordjeshanger en klokinsteller. Die functie is nu door een computer en grote elektronische schermen overgenomen. En ook zag ik het nog niet in de shampoofabriek in Leiden – die is uiteraard opgeheven, neem ik aan, en ik zou niet precies meer weten waar ik die kan vinden.
Maar later ontmoette ik wel de voorhoede van die lagere klasse bij de Volkskrant, waar ik in 1969 opmaakredacteur werd en te stellen had met wat toen als de de echte frontstrijders van de vakbonden gold: de Grafische Bond NVV en NKV. Die mannen, wat zeg ik: gestaalde kaders van de opmaak golden als de hoogst opgeleide en meest gedreven arbeiders – dat dan nog wel, maar dat moest je niet te vaak roepen.
Vagina
Maar velen van hen gedroegen zich als pubers – de best betaalde pubers uit CAO-land – en ik verdiende als 20-jarige en onvolwassene toen bijvoorbeeld éénderde van de man tegenover me aan de andere kant van het ‘steen’ – de uiterst robuuste toonbank waar de loodzware loodpagina’s met loodzetsel op lagen. Als je daar als niet-lid van de bonden aan dorst te komen, kreeg je een loodpriem door je hand…
Als zo’n opgemaakte loodpagina klaar was, riep de grootste van de pubergenootschap uit volle borst: VAGINA! Zodat de bodes deze loodpagina weg konden brengen. ‘Vagina’ was in 1968-69 volstrekt onuitspreekbaar – ik durf te zeggen dat ik dat woord toen nog nooit hardop had uitgesproken.
Die opmaakpriemen had elke opmaker altijd in de hand, want hij – vrouwen waren daar niet – moest daarmee losse regels loodzetsel, uiteraard allemaal in spiegelschift – lospeuteren als er een fout in stond en er een nieuwe gecorrigeerde loodregel uit de Linotype was gerateld.
De Linotype was een typemachine van 2 meter hoog, inclusief een pot kokend, gesmolten en rokend lood, waar de zetter oftewel Linotypist op typte, lezend vanaf een blaadje getypte kopij die door een echte redacteur via de buizenpost naar hem aan de andere kant van de Wibautstraat was gestuurd. Uit die machine verscheen dan meteen een regel loodzetsel die je vanwege de hitte nog niet direct kon vastpakken.
Die regels vielen keurig in volgorde op elkaar, zodat je uiteindelijk een heel artikel in lood had van 40, 100 of misschien 300 loden zetregels. Zeker, dat woog kilo’s en die langere verhalen moesten dan ook met een karretje naar het steen gebracht worden.
Daar plaatste de opmaker dan op aanwijzingen van een man die de helft of minder verdiende dan hij, die loodregels in een pagina volgens het schema dat de opmaakredacteur had uitgevogeld op papier, met potlood, gum en liniaal. En met veel gereken overigens. Je kon wel wát rommelen met losse witregels of kopgrootte, maar niet teveel. Nu zit je achter je pc en is de grootte van dit artikel bijvoorbeeld in één seconde te veranderen.
Ontzuiling 2
Ook die ontzuling van lood naar pc heb ik helemaal met mijn neus er bovenop meegemaakt. Dubbele mazzelaar! Ik was toen redactiechef van maar liefst drie huis-aan-huisbladen en stond weer elke dinsdagavond aan diezelfde opmaak in het Paroolgebouw als 20 jaar daarvoor – en alles was veranderd. Geen kokend lood meer met zijn giftige dampen, maar fotozetsel op doorzichtige film. Knippen en plakken. Toen, in 1986, had de PvdA dit teken aan de wand moeten oppikken. Maar niks hoor…
Maar nog even terug: dit is dus het einde van de laatste zuil, van de PvdA – die zelf al dertig jaar niet doorhad dat-ie niet meer bestond en die alleen maar dankzij de vergrijzing nog zetels haalde – niet door prestaties zoals de AOW van Drees. Maar die al decennia ontkend werd door de ‘werknemers’ die destijds nog ‘arbeiders’ heetten – als je dat nu nog zou zeggen tegen iemand die dat is, krijg je een klap voor je harses. Ja: harses zonder ‘n’ – want die arbeiders weten niet hoe je dat spelt. Of ze zijn te jong en begrijpen niet wat je precies bedoelt.
Wim fucking Kok
Daar zijn we dan bij de clou: de PvdA bestaat miet meer. (‘Holversum drie bestond nog niet….’ – ja, Herman van Veen sprak te netjes en zei daarom HOL-versum). Ik zat er gisteren onbewogen naar te kijken, en had het geluid bij de beelden van Den Uyl en de rest maar uitgedaan. Waarom weet ik niet, maar ik zette opeens ‘Mr Pleasant’ aan van The Kinks uit 1966… ‘Oh Mr Pleasant! – How – is – Misses – Pleasant? – – I hope – the – world – is – treating you right – – – – How’s your sister? – How’s your brother? – How’s you father? – How’s your mother? Etc
En daar verscheen ook nog Den Uyls verraderlijke opvolger Wim FNV Kok – later COMMISSARIS van de S H E L L!! van wat? Ja, van de kapitalistenhell genaamd SHELL. Hij is gelukkig in 2018 al doodgegaan, anders zou ik hem nog een klap-in-het-gezicht willen toedienen. Sorry, natuurlijk natuurlijk, na u… en u… en u…
Zuilen…
We zijn er: alle zuilen zijn nu uit Nederland verdwenen. De arrenbijters stemmen nu – zonder schaamte! PVV – ondankbare, domme boomerhonden! Niet alleen hebben ze de buit nu binnen: hun pensioen, eigen huis, tiende auto en tweede vrouwen – nu willen ze ook nog status. Ze willen hun eigen geschiedenis graag ontkennen en vergeten.
Cees Schelling van de Voedingsbond NVV was ooit LANDARBEIDER JA! – en ging na zijn pensioen wonen op het Groninger platteland, in Pieterburen – dat iedereen nu kent van de elitehobby bij uitstek – zeehondjes redden. Ja – laat die daklozen, gestoorde jongeren en mantelloze bejaarden maar verrekken, de Gazanen en Oekraieners bestaan even niet, we redden eerst de ZEEHONDEN!
Nou: veel geluk ermee, PRO!
