Het einde van de Chinese monsterauto

Het was een monsterauto, natuurlijk zwart, zeker € 60 mille en zeker drie ton in gewicht. Tot mijn verbazing kende ik het merk niet: Zeekr. Uitspraak: zie-ie-ieker. Waarom in godsnaam altijd zwart? En ja, dat moest dan wel Chinees zijn. Uiteraard leasebak, op accu’s, want hij stond regelmatig op de hoek bij de paal. Dat spel duurde ruim een half jaar – en toen verscheen er opeens een klein autootje. Ik kon me niet voorstellen dat diezelfde topmanager achter dat stuur zat.

Het einde van de Chinese auto is aanstaande. Hoop ik. Want onze economie – vooral de auto-industrie – gaat eraan. Niet dat juist die industrie met al die te grote BMW’s, Audi’s, Mercs en intussen ook VW’s per se in die vorm moet voortbestaan… maar er zijn gelukkig nog aardig wat kleine Citroens, Fiats, Seats en Renaults. Volvo is nu wel  Chinees, net als… MG.

Die laatste was toch wel een sportief, sympathiek en simpel merkje, afkorting van Morris Garages, waar later de Mini uit voortkwam. Die Mini was/is weliswaar Europees, maar nu reeee-te-duur. Die kwam eerst uit Born (L) maar heeft nu fabrieken in Oxford, Leipzig en… China. In mijn jeugd woonde de dealer tegenover ons en zijn zoon (mijn vriend) was helemaal weg van de Mini. Ik heb wel eens de grap gemaakt dat dit voor de jeugd-op-de-step zo prettig was, omdat je bij een lekke band zo een wieltje van een Mini kon lenen… zelfde maat. het ding leefde van 1959 tot 2000 en mat lang 3,05 m en hoog 1,35. De Zeekr: is anderhalve meter langer en 20 cm hoger.

En nu heeft mijn buurman zijn Zeekr-tank zelfs weggedaan: een hele grote, een auto van ruim € 50.000 – en inderdaad geleased. Maar:met elke week wel wat – dan weer hield-ie er zomaar op de snelweg mee op en wilde zg. gereset worden. Dan moest je vijf keer op een blauwe knop drukken of zo etc etc… maar dat kon alleen rijdend. Dan was er weer wat met de vulling van de accu’s.

Als het erg regende, liet het scherm weten dat de auto nu midden op de Noordzee reed… en dat daar 50 km gold. Niets dan gezeur, aldus mijn buurman, en dan moest je een kwartier zoeken naar een laadpaal.

Vanochtend was er een bericht waarbij een econoom het voorzichtig had over het opleggen van importtarieven aan de Chinezen – die geven immers staatssteun en houden hun yaun (oftewel renminbi) stevig en hoog in de hand – en absoluut dagelijks. Maar de econoom was beetje beducht voor een… handelsoorlog. Maar dat zijn nu juist de leukste oorlogen: er gebeurt wat om over te praten en je kan toch ‘s-avonds rustig in je eigen bed kruipen. Ja, dan ga je maar niet naar Thailand op vakantie – oi!

Bij collega’s van mijn buurman was het net zo erg: geen ernstige problemen, ze gingen niet echt kapot, maar er was elke week wel weer wat. Dat gold voor alle elektrische auto’s, dus ook voor Tesla’s (ik maakte vorig jaar nog een reportage van hun enorme fabriek in het oosten van Berlijn). Het schijnt dat er niet één redelijk betrouwbare e-auto rondrijdt. En als het tegenzit dan staat-ie zomaar een paar weken te wachten op een hele nieuwe bumper vanwege een kapot achterlichtje.

Maar ja, de subsidie hè – dat dwong de collega’s door te gaan.

O ja: de nieuwe, kleine auto… dat is een vierdeurs Smart van een jaar of drie oud. De Fourfour. Daar kunnen zeker geen vier directeuren tegelijk in… Die wordt gebouwd in Slovenië met een Renault-motor van… 900 cc. ‘Maar dat is net zoveel als mijn eend destijds…!’ riep ik stomverbaasd uit.

De buurman:

‘Ik heb geen zin meer in zo’n grote bak en heb het he-le-maal gehad met elektrisch. Ja, dit ding begint bij 95 km nogal te schudden met z’n pook, maar verder doet hij het prima en loopt 1 op 20′ (net als mijn 2-cilinder eend destijds – AG).
‘Ik heb het helemaal gehad met elektrisch!’

Lees: Chinees.
Mooi.