Hoe gaat het nu verder met de narcostaat Nederland, waar moorden op misdadigers maar ook op advocaten zoals Derk Wiersum en journalisten als Peter R. de Vries plaatsvinden?
En op een weerloze bewaker in Overasselt? Of op broers van misdadigers? Waar wekelijks bomaanslagen plaatsvinden? Waar drugslabs maandelijks worden gevonden, en elk kwartaal grote drugsvoorraden? Waar drugsverkoop vrijwel onbelemmerd plaatsvindt – en echt niet door buitenslapende vluchtelingen in het afgelegen Ter Apel?
En hoe zit het met de bekladdingen en bedreigingen van burgemeesters, raadsleden en burgers door extreem rechts? Ik ben zelf enkele malen met de dood bedreigd en op GeenStijl staat al enkele jaren dat ‘mijn ballen in mijn bek’ gepropt moeten worden. ‘Vrijheid van meningsuiting’ toch?
Kortom: hoeveel erger kan het nog worden?
Misschien wordt het zoals hieronder, beschreven in het in Duitsland beroemde en ook in het Engels vertaalde boek ‘Das Gewissen steht auf’ uit 1954 – over 64 Duitse verzetsmensen en hoe ze werden omgebracht. Het boek beleefde acht drukken. Het begint al in 1933…
Hier een hoofdstukje uit een boek over het Duitse verzet, met o.a. ook bio’s van Edith Stein en twee Bonhoeffers. Mede-auteur is Willy Brandt.
ANTON SCHMAUS
geboren op 19 april 1910 in München, had vier broers en zussen en was de tweede zoon van de vakbondssecretaris Johannes Schmaus in Berlijn-Köpenick.
Na zijn schooltijd en opleiding tot timmerman volgde Anton Schmaus avondcursussen. Al vroeg sloot hij zich aan bij de Socialistische Arbeidersjeugd, kort daarna bij de SPD en sinds 1931 behoorde hij tot de Reichsbanner-jeugd [AG: pro-democratische beweging]. Hij kon door tijdgebrek niet op de voorgrond treden.
De volgende beschrijving is gegeven door Willy Urban en Paul Hasche, vrienden en buren van de familie Schmaus.
“Sinds februari 1933 was het district Köpenick in opperste staat van onrust. Overvalcommando’s van de SA reden in wasgoedwagens langs de huizen van bekende nazi-tegenstanders, haalden hen daar weg en brachten hen naar SA-lokalen. Niemand was er zeker van of hij na zo’n mishandeling gezond of levend zou terugkeren.
Op de ochtend van 21 juni had de terreuractie haar hoogste omvang bereikt. De Köpenickse SA-afdelingen waren ingezet en hadden in de loop van de dag bij minstens 200 personen hun gewelddaden gepleegd. Anton Schmaus werd ’s avonds voor hij thuis was op het station gewaarschuwd. De SA was al in de middag bij zijn huis verschenen en had de woning van boven tot onder doorzocht naar vader en zoon. Anton wees het advies om te vluchten beslist van de hand.
‘Ik heb de wetteloosheid niet aan mijn zijde, ik wil me niet constant verstoppen.’De SA hing zijn vader in zijn eigen huis op.
In januari was er weer zo’n actie. Anton sliep al op de bovenste verdieping, toen de SA rond half twaalf ’s avonds met geweld het huis binnendrong en zijn moeder opzij trapte en zich een weg baande naar boven. Door haar hulpgeroep schrok ook Anton wakker, en kwam bovenaan de trap oog in oog met de SA-boeven. Hij riep dat ze het huis moesten verlaten, en dat hij anders zou schieten.
Omdat zij dit negeerden en bleven opdringen, greep hij uit noodweer naar zijn pistool. Volgens het politiebericht van 5 juli 1934, schoot hij drie SA-mannen neer, zij bezweken later in het ziekenhuis. Een vierde werd door een kogel uit een geweer van zijn kameraden dodelijk getroffen. Anton Schmaus sprong uit het raam, maar stelde zich toch vrijwillig ter beschikking van de politie.
De SA zocht naar hem. Zij eisten bij het Köpenickse politiebureau zijn uitlevering. De politie weigerde, maar liet Anton Schmaus om veiligheidsredenen door twee politiemannen naar het hoofdbureau van politie in Berlijn overbrengen. Daar zagen de agenten zich omsingeld door een menigte van zo’n 30 tot 40 SA-mannen, die probeerden de gevangene te overmeesteren. Er viel plotseling een schot uit hun midden op Anton Schmaus. Door de dwarslaesie die hij hierbij opliep, overleed hij in januari 1934 in het politieziekenhuis. Zijn sterfdatum is onbekend.
Op vele andere plekken voerde de SA gruwelijke wraakacties uit. In het water van de rivier de Dahme door Köpenick spoelde na enkele dagen nabij het Grünauer veer meerdere zakken met doden aan. Onder hen werden de voormalige minister-president van Mecklenburg-Schwerin, Johannes Stelling, de Reichsbannerleider Paul von Essen en de communist Matern geïdentificeerd.”
Ik heb het gecheckt: vader Schmaus werd echt al in juni 1933 vermoord tijdens de ‘Köpenicker Blutwoche’, met 24 doden door de SA. Er zit nu een plaquette op het huis van vader en zoon Schmaus, in de Schmausstrasse 2 in Berlijn. Köpenick is de grootste wijk van Berlijn en ligt tegen het oosten aan en was Oostduits tot 1989.
Is onze narcostaat met zijn PVV, groep Markuszower, FVD en JA21 veiliger dan de nazistaat van 1933-34? Wat doen de PVV en FVD eigenlijk tegen drugs en de misdaad?
Wat doen die tegen de overval en moord in Overasselt? Helemaal NIETS.
Waarvoor dank.
