‘Commons’ – Gemeenschappelijke hulpbron collectief beheerd

‘Het kapitalisme gaat uit van een eenvoudige aanname: hulpbronnen kunnen in eigendom zijn. Grond kan toebehoren aan een individu. Een fabriek kan toebehoren aan een onderneming. Software kan toebehoren aan een bedrijf. Data kunnen een bezit worden. Kennis kan worden afgeschermd door middel van intellectueel eigendom.

De anarchistische politiek stelt een andere vraag: wat als sommige zaken aan iedereen zouden toebehoren? Zo is een ‘commons’  een hulpbron die collectief  (‘gemeenschappelijk’) wordt beheerd door de mensen die ervan afhankelijk zijn. De betrokkenen stellen zelf regels op voor toegang, onderhoud en gebruik, in plaats van het beheer  over te laten aan een eigenaar of een externe autoriteit.De commons biedt zo een alternatief voor zowel privaat eigendom als gecentraliseerde staatscontrole.’  Dit betoogt Kiran S. Pillia in FreedomPress (zie hier). Ik vertaalde zijn artikel ten behoeve van de discussie over dit onderwerp. Zie voor het vervolg van zijn artikel hieronder. [ThH]

Collectief beheerde sociale hulpbronnen

Dit idee kan veel verder worden toegepast dan traditioneel gemeenschappelijk land. Ook woningen kunnen een gemeenschappelijk goed worden. Gemeenschapsgrondtrusts en coöperatieve woonmodellen scheiden land van speculatief eigendom en stellen bewoners in staat hun woningen gezamenlijk te beheren. Het doel is niet om woningen verantwoordelijkheidsvrij te maken. Bewoners onderhouden nog steeds de gebouwen, betalen kosten en stellen regels op. Het verschil is dat woningen een collectief beheerde sociale hulpbron worden in plaats van primair een investeringsobject.

Stedelijke infrastructuur zou dezelfde logica kunnen volgen. Gemeenschappelijke energiesystemen, gedeelde werkplaatsen, lokale vervoersnetwerken en buurtmoestuinen kunnen allemaal collectief beheerd worden. Door de overheid gefinancierd onderzoek zou technologieën kunnen opleveren die beschikbaar zijn voor collectief gebruik in plaats van permanent in commercieel bezit te blijven. Digitale kennis kan ook een gemeenschappelijk goed worden. Open-source software laat al zien hoe grote gemeenschappen geavanceerde technologische systemen kunnen bouwen zonder conventioneel bedrijfseigendom. Bijdragers werken grensoverschrijdend samen, verbeteren gedeelde infrastructuur en stellen hun werk beschikbaar aan anderen. Een van de doelen is de op financiële winstzucht attitude breken, die immanent in de privatiseringsdrang zit.

Digitale technologie zou ook bepaalde vormen van gemeenschappelijk beheer kunnen vereenvoudigen.Transparante registratie, open-source tools en gedistribueerde besluitvormingssystemen kunnen gemeenschappen helpen coördineren over geografische grenzen heen. Hetzelfde principe zou kunnen gelden voor kunstmatige intelligentie. In plaats van geavanceerde computerbronnen en modellen volledig te laten concentreren bij een paar bedrijven, zouden gemeenschappen een open AI-infrastructuur kunnen ontwikkelen die wordt beheerd door transparante regels. Maar technologie kan politieke participatie niet vervangen, aangezien een gemeenschappelijk goed niet zomaar een database of een platform is, niet alleen een economische regeling, maar een politieke relatie. En de politieke opzet ervan zal gereld moeten zijn vanuit het beginsel: verhinderen dat macht in weinig handen valt. Dus mensen die een gemeenschappelijk goed gebruiken, nemen deel aan het beheer ervan.

Dit is anders dan de relatie tussen burger en instelling. In plaats van passief diensten te ontvangen van bedrijven of overheden, zijn mensen actieve deelnemers aan het onderhouden van gemeenschappelijke goederen en het beheren van gedeelde systemen. Er zijn duidelijke uitdagingen.

Gemeenschappelijke goederen kunnen namelijk slecht beheerd worden. Gemeenschappen kunnen buitenstaanders uitsluiten. Participatie kan gedomineerd worden door bijzonder machtige leden. Regels kunnen ingewikkeld worden. Deze problemen maken het concept niet ongeldig, maar tonen aan dat collectief eigendom instellingen vereist. Anarchisme betekent geen heersers, niet geen regels. Het betekent regels creëren zonder de macht permanent te concentreren in een heersende autoriteit. [Zoals reeds opgemerkt, het vereist dat er gemeenschappelijk regels worden opgesteld die macht in weinig handen verhinderen. Het betekent dat we komen te spreken over de functie van een bepaald soort recht. Zie daarvoor de brochure Anarchistisch recht, hier; thh.]

De diepere betekenis van ‘commons’ (gemeenschappelijke hulpbronnen) is dat ze de aanname uitdagen, dat elke nuttige hulpbron een conventionele eigenaar moet hebben. Sommige zaken kunnen collectief worden beheerd, omdat mensen er gezamenlijk afhankelijk van zijn. De toekomst van radicale politiek zou daarom kunnen inhouden dat het domein dat ligt tussen privaat eigendom en staatseigendom wordt uitgebreid. Meer grond kan door de gemeenschap worden beheerd. Meer kennis kan openlijk toegankelijk worden gemaakt. Meer technologie kan collectief worden aangestuurd. Meer infrastructuur kan lokaal worden bestuurd. Het concept van ‘commons’ biedt een eenvoudig maar radicaal uitgangspunt: niet alles wat waardevol is, hoeft een eigenaar te hebben. Sommige zaken kunnen aan iedereen toebehoren, juist omdat geen enkel individu er de eigenaar van is.

[Vergelijk ook de samenvatting van het vraaggesprek van de Franse libertaire politicoloog Édouard Jourdain over de betekenis van de Amerikaanse politicologe Elionor Ostrom (1933-2012) netreffende haar baanbrekende werk over het verschijnsel ‘commons’. Jourdain had een aantal jaren eerder al het verband gelegd tussen het denken van Proudhon en de specifieke organisatie van de ‘commons’ (zie hier); thh.]

Kiran S. Pillia (Overgenomen van FreedomPress 5 oktober 2026, zie Online; vertaald en van enig commentaar voorzien door Thom Holterman.)

– Eerder verschenen bij Libertair Tegenwicht