De verkiezingscampagne van Obama had in 2008 het motto “Yes we can”. Dat was niet zomaar een kreet, al zou je het bijna denken. In de eerste plaats was het een citaat van een song van Lee Dorsey, of – bekender – de Pointer Sisters. Zwarte artiesten. De verwijzing naar de kans op een Afro-Amerikaanse president was duidelijk. Dat was een verandering voor de VS, en de rooinekken en ander rechts gespuis zullen het nooit vergeven dat dit zomaar kon. Imaazje imaazje – in plaats van een echte heer als Obama kozen de zich noemende Republikeinen een lompe kinkel met oranje geverfd gezicht, die zeker in zijn tweede termijn er geen doekjes om windt. De wereld heeft zich te schikken naar de zin van de VS, gepersonificeerd in een dementerende windenlater die er niet omheen kan draaien.
Erg ingrijpend was de verkiezing van Obama verder niet. Al ging hij zich niet te buiten aan annexatiepraatjes over de grote noordelijke buurstaat en het grootste eiland ter wereld. Dat is nieuw, evenals de bemoeizucht ten aanzien van de Europese NAVO-landen die inmiddels niet meer als bondgenoten worden (h)erkend. Ja, het volgen van het nieuws is meer dan ooit een kwestie van vrees en beven. Al is het ware beven vooralsnog voorbestemd voor de oorlogsdoelwitten van de VS.
Yes we can can. Zo’n kreet is uiteraard bedacht door een reclame- of marketingbureau. De Democraten moest iets aangemeten worden, want in het algemeen is er geen waarneembaar groot verschil geweest tussen de partijen die het politieke landschap van de VS uitmaken. Geweest, misschien, maar in 2008 was het nog niet zo ver.
De club, de partij – toen die gelanceerd werd sprak men liever van “beweging”- die zijn zestigste verjaardag viert dit jaar is waarschijnlijk de eerste geslaagde marketingtruc uit de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Wat behelsde democratisering in het jaar van Provo? Districtenstelsel, kiesdrempel – ze komen er nog steeds mee aan en het was niks, het is niks en het zal gelukkig nooit wat worden ook. Nou, bij de dixieland die ook dit genootschap lange tijd kleurde werd geen port rondgeserveerd, maar pils. Stijlverschil! Een van de oprichters was cafébaas van De Pieterspoort in de Amsterdamse Sint Pieterspoortsteeg. Proost! In Amsterdam is D’66 trouwens nog steeds de horeca- en festivalpartij.
Ach, Amsterdam. Daar is D’66 ongeveer vergroeid met GroenLinks (nog zo’n marketingproduct) en de PvdA. Het resultaat is te zien in de enorme vervuiling van de straten, de massa’s toeristen die naar Pretpark Amsterdam komen, de datacenters, de doorschuifverloodsing van de Lutkemeer en het grandioos feitelijk afschaffen van het openbaar vervoer, dit alles verkocht in “groene” praatjes. De meesterlijke minister Van Huffelen was eerst directeur van het Gemeente Vervoerbedrijf – leer haar iets over besturen!
Yes we can – weet je wat, dacht het reclamebureau: Het kan wel! De strijdkreet van D’66 voor de Kamerverkiezingen van vorig jaar en zo te zien, met Jetten op de affiches, ook voor de komende raadsverkiezingen. We blijven met de vraag zitten – of wordt die niet gesteld? – wat er dan wel kan. Waarschijnlijk weet het reclamebureau het zelf ook niet. In 1971 werd Demo Craat als tegenspeler van Theo Craat opgevoerd. D’66 was anti-confessioneel, zoals het toen heette (in het Nederlandse parlementaire spraakgebruik was rechts confessioneel en links seculier. Dat hoeven we niet te weten, mees). En dan blijkt D’66, later, dat dan nog wel, bereid in zee te gaan met de enige echte theocratische partij van Nederland met zijn eeuwige drie zetels. En tja, Groep-Markuszower, die zal wel links zijn in de oude zin. Of JA21. Zie maar. Het kan wel.
Ik heb er nooit op gestemd maar ik moet bekennen dat ik volschoot toen ik hier op onze site las over het overlijden van de PvdA. De sociaal-democraten verwezen als laatsten naar het streven naar volksbevrijding en emancipatie (of was dat het zelfde?) van het fin-de-siècle, de tijd toen ook het anarchisme of vrij socialisme in Nederland belangrijk was. Wat ons rest is de holle kreet dat het wel kan. Ween, Nederland, ween!
