Is Orbán illiberaal of toch fascist?

Viktor Orbán heeft als bijna enige regeringsleider van de EU Trumps uitnodiging aanvaard en heeft zich als lid van diens nu al beruchte ‘Peace Board’ aangemeld. Wat drijft deze nauwe bondgenoot van Trump en Poetin, is hij een fascist? Nee, zeggen sommige politicologen en historici, je vergist je, hij is milder, hij wil slechts de ‘illiberale staat’.

De dwarse Hongaarse president, die in de EU nu als de pest gehaat wordt, is in 2014 begonnen met de ontwikkeling van een politiek die hij siert met het woord ‘illiberaal’. In het Roemeense Transsylvanië, waar veel Hongaren wonen die Orbán ook een Hongaars paspoort had toegestopt, heeft hij een inmiddels roemruchte toespraak gehouden waarin hij zijn nieuwe idee uitdroeg. Daar, in het lieflijke bergdorp Băile Tuşnad, oreerde hij dat de bankencrisis van 2008 in de VS had laten zien dat er iets fundamenteel aan het liberalisme mankeert en dat de West-Europese ideeën, die de Hongaren na de val van de Sovjet-Unie aangesmeerd hadden gekregen, afkomstig waren uit een omgeving die zelf in verval was en die verstrikt was in het multiculturalisme. Het West-Europese liberalisme was volgens hem niet bij machte om succesvol concurrerende staten te scheppen. Liberale staten ontbreekt het aan bescherming van de natie. Hij vond dat landen als Rusland, Turkije, Singapore en China meer succes hadden in de concurrentie die er in de wereldeconomie heerst.

’Wij moeten vaststellen dat de democratie niet noodzakelijk liberaal is’, hield Orbán zijn publiek voor. Als iets niet liberaal is kan het daarom nog wel een democratie zijn. De term ‘illiberalisme’ presenteerde hij hier als alternatief voor de liberale democratie. ’De nieuwe staat die wij bouwen is een illiberale staat, een niet-liberale staat. Die ontkent niet de fundamentele waarden van het liberalisme, zoals vrijheid, maar maakt deze ideologie niet tot centraal element van de staatsorganisatie, het stelt een specifieke nationale aanpak in de plaats.’

Imponerende woorden, maar beseften zijn hooggeachte toehoorders wel dat de liberale staat gekenmerkt wordt door de scheiding der machten, met onafhankelijkheid voor de rechtspraak, de ambtenarij, de media en wetenschap? En dat het door het gemis van deze steunpilaren slecht zou kunnen aflopen met de vrijheid? Een bang vermoeden had zijn publiek kunnen bevangen toen de begenadigde spreker in één adem liet volgen dat niet-overheidsorganisaties financiële belangen van buitenlanders op het oog hebben en daarom moeten worden tegengegaan.

Ik veronderstel dat Orbáns publiek niet het werk ‘The rise of illiberal democracy’ van de politicoloog Fareed Zakaria had gelezen, de wetenschapper die al in 1997 het woord ‘illiberaal’ had uitgevonden. Hij betoogde dat ook het illiberalisme uit de Verlichting is voortgekomen, hand in hand met het liberalisme, en dat illiberalisme wel democratie, maar geen liberalisme wilde. Verkiezingen horen zowel bij de liberale als bij de illiberale staat. Zeventien jaar voor Orbàn maakte Zakaria al bekend dat het verschil met het liberalisme is dat de illiberale staat wel een sterke leider kent, maar geen liberale instituties die de leider temmen.

DE GROENE AMSTERDAMMER

In De Groene Amsterdammer is onlangs een artikel verschenen van Frank van Vree, professor in de geschiedenis van oorlog, waarin hij bevestigt dat ‘illiberalen’ een rakere term is dan ‘fascisten’ wanneer je het over leiders als Orbán en Trump hebt. Hij is met fascisme-kenner Robert O. Paxton van mening dat fascisme een historisch fenomeen is. Volgens Van Vree opereerden de fascisten van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in een specifiek tijdsgewricht, onder totaal andere omstandigheden.

‘Orbán, Vance, Wilders, Meloni of Farage als fascisten bestempelen,’ meent Van Vree, ‘daar gaat ongetwijfeld een alarmerend effect van uit, maar dat is het dan ook wel.’ Van Vree erkent dat er overeenkomsten zijn, zoals een obsessieve zorg om het verval van de gemeenschap, angst voor vernedering of het aannemen van een slachtofferrol en als compensatie een cultus van eenheid.

Maar, vraag ik, zijn de overeenkomsten met het fascisme niet zo sterk dat zij ondanks de verandering van de tijd de kern van dezelfde hartstochten en ideeën blijven vormen? Hartstochten die zo kenmerkend zijn voor het fascisme, zoals adoratie voor de leider, idealisering van het ‘eigen volk’, haat tegen vreemdelingen en andersdenkenden. Het zijn weerbarstige menselijke emoties die het volgens mij niets uitmaakt of er computers in huis zijn of schrijfmachines, of dat er met kogels of drones wordt geschoten. Of het 1925 of 2025 is. Het fascisme is een emotioneel complex van geestelijke driften dat lange reizen door de tijd maakt. Dit kwaadaardige complex landde bijvoorbeeld ook onder het etiket Grote Terreur in de jaren dertig in de Sovjet-Unie en onder de naam Culturele Revolutie in de jaren zestig in China.

Van Vree is niet de enige wetenschapper die over het illiberalisme nadenkt. ‘Critici stellen dat een illiberale democratie niet bestaat, dat het een contradictie is’, zegt de Maastrichtse hoogleraar Ferenc Laczó in 2022.

Orbán heeft het geloof in zijn model onderstreept in onder meer een opiniestuk in de conservatieve Hongaarse krant Magyar Nemzet. Daarin zegt de Hongaarse machthebber: ‘De leer dat democratie alleen liberaal kan zijn – dat gouden kalf, die monumentale fetisj – is omvergeworpen.’ Professor Laczó denkt dat dit geen feitelijke constatering is, maar een verklaring van Orbáns politieke intenties. Orbán wil volgens Laczó niets anders dan de liberale waarden afschaffen.

VERKIEZINGEN

En dat is Orbán in ‘zijn’ Hongarije aardig gelukt, zien we nu. Eerst is Soros’ universiteit die zich inzet voor de open samenleving, democratie en mensenrechten gedwongen te verhuizen naar Wenen. Vervolgens zijn de media er onder controle van de regering gebracht en zijn de rechters óf door Orbán aangesteld óf corrupt, dat laatste naar het voorbeeld van het staatshoofd zelf, die zichzelf verrijkt door Europese subsidies. De individuele vrijheid, die Orbán zei te respecteren, werd ingeperkt. Voor je vrijheid moet je een riskant gevecht met het gezag voeren in ‘illiberaal’ Hongarije, dat bleek nog eens in Boedapest bij de door Orbán verboden pride-optocht voor seksuele vrijheid.

Toch kun je inderdaad nog niet zeggen dat Hongarije nu een fascistische staat is, want er worden nog regelmatig verkiezingen gehouden. De eerstkomende, op 12 april, zijn zelfs heel spannend doordat de oppositiepartij van Péter Magyar het beter doet in de peilingen dan Fidesz, de partij van Orbán. Is dit het bewijs dat Orbán geen fascist is, zoals de door hem opgehemelde voorganger en Hitler-bondgenoot admiraal Horthy? Of laat dit zien dat Viktor er nog niet in geslaagd is om, zoals Poetin, van de verkiezingen slechts een façade van een totalitaire staat te maken?

De Hongaarse verkiezingen zijn vrij maar oneerlijk, omdat onafhankelijke media vrijwel niet gehoord of gelezen kunnen worden en de staat haar middelen gebruikt om de heersende partij te bevoordelen. Dat zijn structurele nadelen die het de oppositie bij verkiezingen sinds 2014 schier onmogelijk maakt te winnen.

Overigens vormt het houden van verkiezingen geen bewijs dat het regime niet fascistisch is. Toen Hitler aan de macht was werden er nog verkiezingen gehouden, in maart 1933, landelijke en plaatselijke. Oneerlijke uiteraard. Twee jaar na de machtsgreep van Mussolini waren er ook nog verkiezingen (1924). Die verkiezingen zijn alleen een aanwijzing dat het nazisme en fascisme in die jaren, zoals nu in Hongarije, nog niet de ‘perfecte’ vorm gevonden hadden.

Orbán suggereert dat zijn systeem liberalisme zonder de scheiding der machten is. Maar hoezo? Welke liberale karaktertrek blijft er dan nog over? Dat er verkiezingen worden gehouden, maar wel in een corrupte staat die aan vrijwel alle kenmerken van fascisme voldoet. Door tegenstand vanuit de maatschappij is Orbán er, net als Trump, nog niet in geslaagd zijn ‘illiberale staat’ volledig te verwerkelijken, en om die reden kun je nu nog niet zeggen dat Hongarije en de VS fascistische staten zijn. Maar uit de bestrijding van de vrije media en de onafhankelijke justitie door de illiberale heersers blijkt dat hun streven daarop gericht is.

IN HET POETINWEB

Ook Poetin wordt wel illiberaal genoemd, omdat er in Rusland nog verkiezingen worden gehouden. Maar iedereen weet dat verkiezingen in wat hijzelf liever zijn ‘soevereine democratie’ noemt een schijnvertoning zijn, waarachter zich moordende alleenheerschappij verbergt. De term ‘illiberalisme’ wordt volgens mij door Orbán gebruikt als een camouflage-ideologie. Met succes.

Dat de ‘illiberalen’ zich nestelen in het Poetinweb is veelzeggend. Wie Orbán wil begrijpen moet zijn grote vriend Poetin begrijpen. Voldoet het Poetinisme niet aan alle kenmerken van de definitie van fascisme zoals Robert O. Paxton die in zijn standaardwerk ‘The Anatomy of Fascism’ geeft?

Een zeer goede vriend van mij, die geneigd was Poetin een autocraat maar geen fascist te noemen, gaf mij drie van die kenmerken waaruit zou blijken dat Poetin, wat een ellendeling hij ook is, niet onder de definitie van fascisme valt.

‘Allereerst,’ zei mijn vriend, ‘is het verval van de gemeenschap een vast punt waarop fascisten hameren, maar daarover hoor ik Poetin niet.’ Ik heb hem tegengeworpen dat de jaren negentig voor Poetin een traumatische val van de gemeenschap zijn geweest, met alle gevolgen van dien. De Kremlinheerser schildert de jaren na de ineenstorting van de Sovjet-Unie af als een nachtmerrie van criminaliteit, zedenbederf en anarchie. Dit verval, ten koste van de gemeenschap, noemt hij steeds als de verschrikking van toen, die hij nu hersteld heeft. Het gezonde gezinsleven heeft hij hersteld, de mensen gaan weer naar de kerk, vrouwen moeten kinderen krijgen en homo’s, die pakken wij. Dawaj! Vooruit! Alles voor het herstel van de gezonde gemeenschap. De oude patriottische mentaliteit moet herrijzen en hij heeft daarom het onderwijs en zijn propaganda in die richting gestuurd.

Een tweede punt dat mijn vriend aanvoerde om aan te tonen dat Poetinisme niet gelijk staat aan fascisme is dat er nu in Rusland geen cultus van eenheid zou heersen, behalve de oeroude van de grootheid van Rusland. ‘O ja?’ vroeg ik mijn vriend. Ik daarentegen zie in Rusland een bloeiende, eenheid-afdwingende persoonscultus. Vladimir Poetin is steevast de centrale figuur op de tv en in de pers. Bij bijeenkomsten van de kerk hangt zijn portret naast een afbeelding van Jezus. Is die persoonscultus niet ook een eenheidscultus? Vladimir vergelijkt zichzelf met God. ‘God geeft onze soldaten zijn bevelen’, zei hij bij de laatste kerstviering in een kerk. Al zijn fans juichen in Poetin-shirts zijn woorden toe. Kinderen wordt de bewondering voor de ‘Leider’, de Vozjd, op school ingestampt. Daarbij komt dat de Poetinisten, anders dan de Sovjet-leiders, dolgraag ‘de Russische wereld’ (Ruskkiy Mir) propageren, het verhaal dat alle Russen buiten Rusland met het Moederland verenigd moeten worden. Daarom wordt sinds Poetin de ‘Dag van de Nationale Eenheid’ gevierd. Hetzelfde verhaal dat Orbán over de vereniging aller Hongaren op de tong ligt (en dat Trump de Canadezen tracht op te dissen).

Dictatuur, racisme, imperialisme. Poetin is een modelfascist, met een militante jeugdorganisatie Nasji (Russische Hitler Jugend), zoals Trump zijn Proud Boys en ICE laat huishouden. Ik noem Poetins ‘Nasji’, omdat mijn vriend dacht dat het ontbreken van een militante straatorganisatie een derde punt van verschil was tussen autocratie en fascisme. ‘Maar van die Nasji hoor je niet veel meer’, hoopte ik dat mijn vriend zou zeggen. Maar nee, want hij wist zelf wel dat men sinds de Nacht van de Lange Messen in 1934 van de SA ook niets meer hoorde.

En wat verraadt Orbáns vriendschap met Poetin over zijn ware politieke geaardheid? Orbán, die van Zelenski eist dat hij ‘de witte vlag’ uitsteekt voor de troepen van zijn ster Poetin? Zelf zou hij, als de omstandigheden het toelieten, niets liever dan hetzelfde doen in die delen van zijn buurlanden waar grote minderheden Hongaren wonen. Jammer, Orbán kan nog niet alles wat hij wil en verschanst zich daarom liever achter een duur woord om niet de schrikwekkende term te gebruiken die bij zijn ideologie past. Die begint met een f.

Welke truc zal Orbân verzinnen om de verkiezingen niet te verliezen van Magyar?

Uitgelichte afbeelding: de Hongaarse fascistenleider Victor Orbán – Von European People’s Party – EPP Summit, Brussels, December 2018, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=82477683