Als punk in de eerste plaats een houding is, dan is er niemand meer “punk” dan James Osterberg, alias Iggy Pop. Iggy nodigt gitarist Ron Asheton uit een band te vormen “omdat hij er zo ziek en smerig uitzag”. Precies wat je als rockmuzikant nodig hebt, volgens Iggy. Samen met Ron’s broer Scott en diens vriend Dave Alexander vormen ze The Stooges. De band bouwt een geduchte live reputatie op, met name door het optreden van Iggy, wiens handelsmerk eruit bestaat zichzelf met glas te besnijden en zich vervolgens bloedend als een rund in het publiek te storten. In 1969 verschijnt de eerste lp, geproduceerd door John Cale. Tegen een muur van feedback declameert Iggy zijn nihilistische teksten. De plaat staat haaks op de tijdgeest, wordt door critici vrijwel unaniem gekraakt en verkoopt voor geen meter. De al even briljante en zo mogelijk nóg nihilistischer opvolger Fun House wacht hetzelfde lot.
Wat volgt zijn drugs, véél drugs. In 1972 gaat de band ten onder aan drugsmisbruik en interne spanningen. Iggy is nauwelijks nog aanspreekbaar en moet soms letterlijk het podium opgesleept worden. Bovendien gaat zijn aanzienlijke ego met Iggy op de loop en begint hij de overige bandleden te zien én te behandelen als zijn begeleidingsbandje.
Wat blijft zijn vier briljante albums en de beste riff uit de muziekgeschiedenis.