Ik bekeek de berg verlaten spullen aandachtig: 1,5 meter hoog en bedekt met een kleed van drie bij drie. Ik tilde af en toe het kleed op om eronder te loeren. Ik ben dol op oude spullen, al zit mijn huis al bomvol.
En stond een rode bank – die kende ik: ik had er nog wel eens op gezeten – een bedspiraal, dozen, een stofzuiger die het zeker nog doet, wat zakken met onbestemd, een oude hometrainer, een emmer met flessen schoonmaakmiddelen – allemaal halfvol. Geen boek te zien.
De stapel staat naast onze parkeerplaats, zo’n 20 meter van de ingang van deze flat met 24 woningen. Nu liggen die spullen daar alweer vijf dagen. Ze zullen zeker niet blijven liggen, nu de sneeuw weer weg is.
De bovenbuurvrouw van 90 is namelijk dood – alweer een maand geleden. Ik hoorde het pas een dag of tien terug. Ze leefde in haar flatje zelfstandig en ging vrijwel dagelijks wandelen in het bos hiernaast. Soms met een buurvrouw. Ze nodigde mij incidenteel ook wel uit, maar ik wimpelde het altijd af met het excuus dat ik ‘moest werken’. Dat was ook zo, maar ik had ook geen zin. Zij zat in de hoofdklasse van het domineren en ik ben maar een bescheiden amateur.
Toen ik hier net introk, belde ze na twee weken aan en zei zonder verdere introductie: ‘Ben jij soms homo?’
En ik zei ook nog ‘nee’.
Ze was dus een nogal doortastend type, een Limburgse die later met kunstschilders in Z-Frankrijk woonde. Ze was ook vaak model geweest. Ze liet mij een keer haar collectie zwart-witte naaktfoto’s zien… van toen ze 30, 40, 50 was. Niks mis mee. Nu vraag ik me af of ze me misschien indirect uitnodigde. Ze had nog echt mooie borsten.
Na haar vraag naar mijn seksleven kwam ze binnen, ging zitten en liet me meteen een lamp verplaatsen, die teveel in haar gezicht scheen. Wat ze van me wilde? Een biografie. Hoewel ik daar meteen geen zin in had, spraken we nog wel enkele keren over haar leven.
Rhea had de oorlog als klein meisje meegemaakt, en dan ben ik altijd bereid te luisteren. Ze vertelde ook over haar exen, kunstenaars, over Z-Frankrijk, maar al heel snel over de bevrijding die zij in Eindhoven meemaakte. De Amerikanen reden door de stad, ook een majoor of zo in een personenauto met chauffeur.
Ze werd als tienjarige opeens achterin die auto gehesen – hoezo of waarom was niet duidelijk, het was gewoon bevrijding en de Amerikanen waren allemaal uit de hemel neergedaald, heilig, onfeilbaar, goed doorvoed en vrijgevig, behulpzaam en vooral: volstrekt onschuldig – aan alles.
Net zat ze in die auto of de majoor deed opeens zijn gulp open, waar tot Rhea’s verbazing een soort dikke vinger uit tevoorschijn kwam. Toen de majoor die zo’n tien tellen met zijn hand had bewogen, kwam er opeens wit spul uit.
Mijn buurvrouw vertelde me dit met verse afschuw en verontwaardiging, nog steeds geschokt. Dat kon ik goed plaatsen.
Een maand of drie later was er iets met haar huisbaas of de notaris. Rhea kwam weer naar me toe en eiste zonder aarzeling dat ik een forse brief voor haar zou schrijven – dat kon ze zelf niet meer vanwege haar slechte ogen. Ik heb dat gedaan en daarna – nu alweer zes jaar geleden – sprak ik haar alleen bij toeval buiten.
Ze had kinderen met wie ze niet makkelijk omging. Maar de buren direct naast haar waren fantastisch: behulpzaam, pannetjes eten, vriendelijkheid, altijd aanspreekbaar, met humor zelfs.
Rhea was meer dan een berg spullen. Ik had misschien toch die bio moeten schrijven. Ze had vast nog veel meer meegemaakt. Nou, Rhea: sorry, en rust zacht.
– Uitgelichte afbeelding: Door Atsje – Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=43855538
