Dit is deel 2 van een serie over The Old South oftewel Dixie.
Een belangrijk deel van wat nu de Verenigde Staten zijn is vanuit het Britse “moederland” bevolkt door een speciaal geproletariseerd deel van de bevolking. De van hun land verwijderde kleine boeren, de werklozen van de steden (veelal dezelfden), opstandige Schotten of Ieren. Zij werden verplicht tewerkgesteld aan de overkant van de oceaan, op het van de inheemsen gestolen land. Later werden de zwarte slaven uit Afrika ingezet. Aan de hand van het hier vertoonde lied wordt deze geschiedenis in beeld gebracht. Steeleye Span is er sterk in, zie ook dit eerder deze week geplaatste lied over ronselpraktijken, het verhaal te vertellen in de vorm van een liefdesverdrietlied.
Landlopen, “stropen”, opstandigheid – de criminaliteit van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw was niet zo crimineel als men aan de hand van dit enkele woord zou denken.
Toen de Noord-Amerikaanse koloniën hun onafhankelijkheid hadden bevochten werd de afvoer van witte slaven (zo zou je ze toch echt wel kunnen noemen) verlegd naar Australië.
Married him in April, lost him in July;
Listen to my story and I’ll tell you why,
They said that he’d been poaching and stealing wine,
They said I wouldn’t see him for a long long time.
Refrein: They said he’s gone to America,
To work the land that some called Virginia;
They said he’s gone to America.
Married him in April, lost him in July;
Married him in April, lost him in July;
They took him as their prisoner then told me why,
They said they had sent him where poachers go,
I asked if I could see him but they said no.
Refrein
Married him in April, lost him in July;
Curse the men who took him, curse their wicked lie,
The night they saw him poaching and stealing wine,
Was the night he took comfort in these arms of mine.
Refrein
Married him in April, lost him in July.