Folkklassieker du jour: het Egidiuslied

Camerata Trajectina is een Utrechts ensemble dat in 1974 werd opgericht door Jan Nuchelmans en Jos van Veldhoven. Het ensemble is gespecialiseerd in Nederlandstalige muziek uit de Middeleeuwen en de vroege moderne tijd (tot 1700). 

Het Egidiuslied (“Egidius waar bestu bleven”) behoort tot de bekendste liederen uit de Middeleeuwen. Volgens letterkundig historicus Frits van Oostrom is het Egidiuslied “het meest gebloemleesde Nederlandse gedicht”. Ik heb in elk geval nog nooit een bloemlezing uit de Nederlandstalige literatuur gezien waarin het gedicht niet opgenomen was. Het lied dateert uit de late 14e eeuw. De auteur is niet met zekerheid bekend, mogelijk is het geschreven door de Brugse dichter en bontwerker Jan Moritoen. 

Als Moritoen daadwerkelijk de auteur is, dan is ‘Egidius’ vermoedelijk Gillis Honin, een goede vriend van Moritoen. Honin overleed volledig onverwacht op 8 oktober 1385, kort nadat hij tot schepen van Brugge was benoemd. Moritoen was naar verluid diep geschokt door de plotselinge dood van Honin.

Middelnederlands (ca. 1400) Moderne vertaling
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar je, mijn vriend.
Jij koos de dood, jij liet mij het leven.
Dat was gheselscap goet ende fijn,
Het sceen wel dat we een siel moesten sijn.
Nu bestu in den troon verheven
Claer vor Gods claer anschijn,
Luttel dincs mach mi nu gheven.
Dat was een goede en fijne vriendschap,
het scheen wel alsof we één ziel waren.
Nu ben jij in de hemel opgenomen,
stralend voor Gods lichte aangezicht.
Weinig dingen kunnen mij nu nog vreugde geven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar je, mijn vriend.
Jij koos de dood, jij liet mij het leven.
Nu moet ic alleen dit wandelijn
Vordraghen met pinen ende met weijn,
Ende bidden vor di dat ten leven
Gode die siel ontfaen moet sijn.
Dan moetti mi te hulpe sweven.
Nu moet ik dit aardse leven alleen
verdragen met pijn en met geween,
en bidden voor jou dat voor het eeuwig leven
jouw ziel door God ontvangen mag zijn.
Dan moet jij mij te hulp zweven.
Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.
Ic moet noch singhen een liedekijn,
Nochtan moet ic emmer sterven.
Egidius, waar ben je gebleven?
Ik verlang naar je, mijn vriend.
Jij koos de dood, jij liet mij het leven.
Ik moet nog een liedje zingen,
hoewel ik toch eenmaal moet sterven.

Uitgelichte afbeelding: Door Unknown (1395-1408) – http://www.kb.nl/galerie/gruuthuse/page_28r.xml, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=2111808